vrijdag 8 september 2017

Recensie De valkunstenaar (10) door 'Uw Redactie' van Kladblok

De recensent die zich verschuilt achter 'Uw Redactie' van Kladblok vond De valkunstenaar niet zo bijzonder. Even een kleine correctie op een feitelijke onjuistheid in het stuk: de roman kost slechts € 16,50. (Ik heb een stuk weggehaald waarin het einde werd verklapt.) Klik op de recensie voor een vergroting.


dinsdag 5 september 2017

Recensie van De valkunstenaar (9) door Brenda Baron

Vasthouden bepaalt de voorbode van vallen

'Vallen is loslaten: het moment bepalen dat je je overgeeft aan zwaartekracht’. In De valkunstenaar introduceert Coen Peppelenbos de adolescent Bas Jan, die in zijn eindexamenjaar zit en kunstenaar wil worden. Hoewel dit boek geen biografie is, verwijst de naam Bas Jan naar de valkunstenaar Bas Jan Ader. Bas Jan heeft zich voorgenomen om vallen als een kunstvorm te laten verworden. Hij doet er dan ook alles aan om buitengewoon exceptioneel voor de dag te komen bij de toelatingscommissie voor de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Thuis voert hij zorgtaken uit richting zijn zusje Sasja en zijn dementerende vader. Als het Bas Jan lukt om de commissieleden te overtuigen en hij aangenomen wordt, zou je verwachten dat hij een gouden toekomst tegemoet gaat. Het loopt echter anders dan hij het zich voorgesteld heeft. Peppelenbos heeft met De valkunstenaar een buitengewoon ontroerend, origineel, gevoelig en begrijpelijk boek geschreven dat relativeert en helpt om vanuit een ander perspectief naar de wereld te kijken.

Ten eerste probeert Peppelenbos met het thema, dat hij erin verwerkt heeft, de kunstwereld op de hak te nemen. De hoofdpersoon, Bas Jan, wil namelijk naar de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. De weg ernaar toe is allesbehalve gemakkelijk. Hierbij dreigt de maatschappij Bas Jan in te halen en dan lijkt het erop dat er nooit meer iets nieuws komt. Bas Jan wil dat vallen als een kunstvorm gezien wordt. Zo beschrijft Peppelenbos op pagina 74 en 75: ‘Ik moet de schoonheid van de val laten zien[…] Kunst, in ieder geval een val, moet intuïtief verlopen. Je kunt alles uitdenken en voorbereiden, maar de val zelf moet verrassend blijven[…] Dat moet ik over zien te brengen op mijn beoordelaars.’

Ten tweede lukt het Peppelenbos om met het gebruik van verschillende motieven mij tot nadenken te zetten. Zo roepen de moeizame liefdesrelaties nogal wat vragen op. De vader van Bas Jan heeft een moeizame relatie met zijn moeder. Het lijkt erop dat zijn ouders een open huwelijk hebben gehad. Als Bas Jan met zijn vader en zijn zusje naar Scheveningen gaat, leidt de dood tot een aantal ontmaskeringen. In het hoofdstuk ‘Ter navolging’ op pagina 139 dat overigens naar het boek van Kees ’t Hart zou kunnen verwijzen, schrijft hij: 'De dood is ingebouwd door het leven[…] Ik duw pa over de hobbelige steenvlakte naar de juiste plek. In robuuste blokletters is de naam Mathilde Kouwenhof in de zwarte steen gebeiteld.'



Ten derde heeft Peppelenbos de personages heel geloofwaardig en herkenbaar beschreven. Bas Jan, de hoofdpersoon, is bijna zeventien jaar en hoogbegaafd. Hij wordt aanvankelijk gepest op school, maar hij trekt zich er weinig van aan. Eigenlijk is hij een hele rare jongen, want hij heeft geen ander doel dan goed vallen. Hij specialiseert zich in vallen en als hij zo'n val demonstreert als het koningspaar op bezoek komt, wordt hij beroemd en populair bij zijn klasgenootjes. Bas Jan, zijn zusje Sasja en zijn oom Vincent zijn karakters. Ze veranderen in het boek tot evenwichtige, mensen die meer in balans komen. Op pagina 173 staat immers: ‘Oom Vincent begint steeds meer samen te vallen met zijn omgeving […] Alleen van de keuken moet hij afblijven. We hebben hem inmiddels geleerd hoe je op een nieuwe manier koffie kunt zetten […]’

Verder zou de boodschap van dit boek kunnen zijn, dat je verder moet kunnen kijken dan je eigen omgeving. Wellicht moet je eens over de schutting heen kijken. Peppelenbos heeft namelijk in een interview gezegd dat de ik-verteller min of meer gebaseerd is op de tuinman in Being there van Jerzy Kosinski. Die tuinman leeft 30 tot 40 jaar in een tuin en heeft geen grotere belevingswereld. Zo is dat ook met Bas Jan, die hij naar buiten stuurt, zodat hij allerlei ontmoetingen krijgt. Soms pakken die ontmoetingen goed uit, en soms brengen die ontmoetingen hem tot een uitdaging. Peppelenbos heeft mij met dit boek geleerd dat Bas Jan Ader een verzetsheld is, die ook als valkunstenaar bekend staat. Verder heeft hij mij geleerd dat je je dromen en idealen nooit moet opgeven: als je volhardt, zal het lukken, maar misschien wel op een andere manier dan je dat zelf voor ogen hebt gehad.

Kortom, De valkunstenaar neemt de kunstwereld op de hak, laat je flink nadenken over o.a. moeizame liefdesrelaties en De valkunstenaar bevat herkenbaar en geloofwaardig beschreven personages. Peppelenbos leert je over de schutting heen kijken en om nooit op te geven. Hij laat je huilen, hij laat je vallen, hij laat je vertrekken. ‘Dit laat je niet los’.

Brenda Baron

(foto: Parsifal2000, via Wikipedia, CC BY-SA 3.0 NL)

woensdag 23 augustus 2017

Recensie van De valkunstenaar (8) door Dolinde van Kol

Op de tandem naar Den Haag

Coen Peppelenbos wil gelezen worden. Kennelijk was hij er niet gerust op dat dit spontaan of in voldoende mate zou gebeuren, dus gaf hij 25 exemplaren van zijn nieuwste roman De valkunstenaar weg.

Het boek gaat over de bijna zeventienjarige hoogbegaafde Bas Jan die met zijn elfjarige bijdehante zusje Sasja op een tandem van hun woonplaats Oud-Heeten naar de stad Den Haag fietst. Op de aan de tandem vastgelaste melkkar zit hun dementerende, pijprokende vader in zijn rolstoel met hond Leo aan zijn voeten. ‘Leo betekent leeuw’, herhaalt vader te pas en - vaker - te onpas.

Uit de herinneringen die ik-verteller Bas Jan voor en tijdens de driedaagse reis ophaalt, wordt stukje bij beetje de geschiedenis van dit bijzondere gezin duidelijk. Vader is een beroemde goochelaar geweest, zijn dertig jaar jongere assistente werd de moeder van zijn kinderen. Het is een zakelijke deal en van moederliefde is geen sprake. Moeder verdwijnt dan ook snel van het toneel en uit het leven van Bas Jan en zijn zusje. Haar vertrek is aanleiding tot pesterijen: ‘Hij zit zonder moe-der; hij zit zonder moe-der.’. Als Bas Jan per ongeluk tegen een deur aanloopt, ontdekt hij zijn talent voor vallen en met het tonen van zijn valkunsten beëindigt hij het pesten. Inmiddels heeft hij zijn talent dusdanig ontwikkeld dat hij auditie mag doen bij de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag.


Daarnaast hoopt Bas Jan dat het geheugen van zijn vader beter gaat werken in Den Haag, de stad van zijn jeugd. Als zijn vader meer heldere dagen krijgt, stopt hij misschien met zijn verzoek om hulp. Vader wil namelijk absoluut niet naar een tehuis, maar wil ‘geholpen’ worden met pilletjes. Bas Jan kijkt echter weg, negeert de hulpvraag, houdt zichzelf en zijn vader voor dat het te vroeg is.

De personages worden goed neergezet en komen sympathiek over, maar toch blijft er enige afstand. Ik-verteller Bas Jan laat soms te weinig van zichzelf zien om dicht(er)bij te komen. Hij vertelt bijvoorbeeld wel over zijn uiteenlopende seksuele ervaringen, maar zijn gevoelens blijven onuitgesproken: hij ondergaat de vrijpartijen met enige verbazing en dat is het. Als hij over zijn moeder vertelt, en haar vele minnaars, concludeert hij dat hij nooit een moeder heeft gehad: ‘ook toen ze er was, zat ik zonder moeder.’ Geen verwijten, woede of wraakzucht. Dit (schijnbare) gebrek aan emoties strookt niet met zijn zorgen over zijn vader en zusje. Ontroerend zijn de pogingen van Bas Jan om de doodswens van zijn vader te keren, ook al weet hij diep van binnen dat de kans op verbetering niet groot is.

Het verhaal is licht absurdistisch en beslist vermakelijk. De soms hilarische belevenissen en herinneringen volgen elkaar vlot op en worden ons door Bas Jan nuchter en soms droogkomisch verteld: ‘Ik ben blij dat ze [zijn moeder, DvK] zo voorzichtig is geweest, anders was ik nu een Surinamer geweest.’ Hier en daar komt hij filosofisch uit de hoek (‘vliegen is uitgesteld vallen’), gebruikt hij pakkende beeldspraak (het ‘stuift’ in vaders hoofd’) en hij kent zijn klassiekers: ‘natuur is voor tevredenen’.

Als kers op de taart wordt het verhaal afgesloten met de onthulling van een familiegeheim en een onverwachte daad van Sasja.

De valkunstenaar is duidelijk met plezier en aandacht geschreven. Het is een onderhoudend verhaal geworden dat garant staat voor een paar uur leesplezier. Peppelenbos hoeft zich dus geen zorgen te maken: hij zal gelezen worden.

Dolinde van Kol

zondag 20 augustus 2017

Recensie van De valkunstenaar (7) door Esther Dikkers

In De valkunstenaar van Coen Peppelenbos wordt het verhaal beschreven van de jonge Bas Jan die zichzelf de kunst van het vallen heeft aangeleerd. Als valkunstenaar wil hij graag aangenomen worden op de kunstacademie. Naast het trainen voor zijn stunts is Bas Jan druk met de verzorging voor zijn vader, die dementerend is, en zijn jongere zus. Bas Jan besluit samen met hen en de hond op fietsvakantie te gaan naar Den Haag. In Den Haag woont oom Vincent en Bas Jan hoopt dat zijn vader door de beelden uit het verleden weer op zal knappen. Hij wil het bezoek combineren met zijn toelatingsgesprek voor de academie.

Het boek laat vaak op zachte en lichte toon het bijzondere leven zien van dit gezin. Het lijkt een gewoon gezin, maar de gebeurtenissen, hobby’s en personages zijn toch wat afwijkend van de doorsneegezinnen. De hobby van Bas Jan, vallen, is vrij ongewoon. Zijn zus Sasja verminkt Barbies tot enge popjes. De vader was vroeger goochelaar en moeder is al vroeg in het leven van Bas Jan en Sasja verdwenen omdat ze de kinderen niet interessant vond. Ook de bedachte fietsvakantie, waarbij het gezin bijvoorbeeld op een nudistencamping terecht komt, ligt niet direct voor de hand. Het verhaal is daardoor verrassend. Zo is het bezoek van het koninklijk echtpaar aan de school van Bas Jan met humor beschreven. Bas Jan kan het niet laten om zijn valkunsten te laten zien aan het paar, waarmee hij natuurlijk de landelijke pers haalt, maar ook het ziekenhuis.

Esther Dikkers

woensdag 16 augustus 2017

Recensie van De valkunstenaar (6) door Peter Roseboom

‘Ik heb papa wél geholpen!’

Vorig jaar verscheen bij Uitgeverij kleine Uil de roman De valkunstenaar. Het is de tweede roman van Coen Peppelenbos, die naast het schrijven van romans bekend staat als promotor van literatuur zowel landelijk via de website Tzum, als regionaal met name in Groningen en omstreken. In de pers kreeg het boek weinig aandacht en dat is niet terecht.

Aan het begin van het verhaal worden diverse vragen opgeroepen waaruit evenzovele verhaallijnen ontstaan, die door toedoen van de wijze van schrijven nieuwsgierig maken naar het verloop ervan. Bas Jan, 16 jaar, leeft samen met zijn dementerende vader en vijf jaar jongere zusje Sasja. Hij heeft de middelbare school met succes doorlopen en wil nu aangenomen worden op de kunstacademie in Den Haag. Regelmatig zegt vader tegen Bas Jan: ‘Je moet me helpen.’ Hij maakt een plan voor een fietsvakantie vanuit het oosten van het land naar Den Haag. Hij maakt gebruik van de goedheid van een oom, de broer van zijn vader, die in Den Haag het huis bewoont waarin ze samen zijn opgegroeid. Ze mogen komen logeren. Dit zou goed zijn voor het prikkelen van het geheugen van zijn vader en voor hemzelf komt het goed uit, want dan kan hij toelatingsexamen doen voor de kunstacademie.

Lukt het om met een tandem met aanhanger Den Haag te bereiken? Wordt Bas Jan aangenomen op de kunstacademie? Zal de wens van vader uitkomen? Hoe zit het met moeder en waarom verminkt Sasja haar barbies?

In een kleine dertig korte hoofdstukjes worden de meeste vragen beantwoord. Gelukkig blijft er ook nog wat te raden over. In de beschreven avonturen wordt veelal verwezen naar actualiteiten van de afgelopen jaren. De verwijzingen lijken vaak kwinkslagen waardoor een glimlach op het gezicht van de lezer ontstaat.

Zo vroeg ik me af of de man die Bas Jan ontmoette op het strand ooit gedrumd had in een bekend praatprogramma op televisie. Het item hoogbegaafdheid komt aan de orde, maar kan zo maar vervangen worden door een ander hersengerelateerde hype als adhd of dyslexie.

De valkunstenaar verdient de aandacht van een groot lezerspubliek. Een verhaal waarin de hoofdpersoon niet bij de pakken neer gaat zitten, maar die bij tegenslag steeds nieuwe oplossingen bedenkt. Zijn vader denkt daar wellicht anders over.

Peter Roseboom

dinsdag 15 augustus 2017

Recensie van De valkunstenaar (4 en 5) door Jeroen Bus en Marijn Roos

Twee lezersrecensies. Een positieve en een negatieve.

De valkunstenaar laat je meeleven met hoogbegaafde Bas Jan (want getest en met dubbele naam), die op begripvolle en aandoenlijke wijze zorgt voor zijn dementerende vader in een rolstoel, jongere zusje Sasja en hond Leo. In zijn streven om vader, voor geheugentraining, zich meer te laten herinneren van zijn jongere jaren besluit hij een gezamenlijke fietstocht te maken naar vaders ouderlijk huis. Deze fietstocht naar het verleden is tevens een reis naar een nieuwe toekomst.
De aangename verteltrant in de ik-vorm, afwisseling van aandoenlijke passages, humoristische en spitsvondige gebeurtenissen maken De valkunstenaar tot een boek dat jouw aandacht vraagt, een gevoel geeft van ‘verder willen lezen’ en je laat nadenken. Ik heb het boek met veel genoegen gelezen. Een aanrader.

Jeroen Bus

Maar waarom lukte het niet eerder om mij het verhaal in te zuigen? Ik denk omdat Bas Jan vooral vertelt over gebeurtenissen uit zijn verleden; je beleeft ze dus niet. Ze zijn niet meer spannend.

Ook is het voor mij niet duidelijk waarom hij nu zo graag zijn vader in een rolstoelkar achter zijn fiets door Nederland wil laten reizen. Überhaupt begrijp ik niet waarom hij zoveel over zijn vader vertelt, terwijl het hem volgens mij voornamelijk over zijn kunst gaat.

Marijn Roos
Lees de hele recensie van Marijn Roos op Goodreads.

vrijdag 11 augustus 2017

Recensie van De valkunstenaar (3) door Jan Kok

Aangenaam verrast. Dat was mijn eerste reactie toen ik in De valkunstenaar van de tot nu toe voor mij onbekende Coen Peppelenbos begon te lezen en dat gevoel hield stand tot en met de laatste bladzijde. In een prettige en bepaald niet van humor gespeende schrijfstijl neemt de auteur je mee in het leven van twee pubers, hun vader en diens broer, oom Vincent.

Hoofdpersoon Bas Jan is een ‘hoogbegaafde’ jongen die samen met zijn jongere zusje Sasja de zorg heeft voor hun in toenemende mate dementerende vader, de eens zo beroemde goochelaar ‘De Grote Fratelli’. Met een weergaloze zoutact bereikte die in het verleden het hoogtepunt in zijn carrière, maar is nu aan een rolstoel gekluisterd. De moeder, zijn toenmalige dertig jaar jongere assistente, is niet meer in beeld.



In een poging om zijn vader aansluiting te laten behouden met de realiteit ondernemen ze gedrieën een fietstocht van hun Overijsselse woonplaats Oud-Heeten naar Den Haag. Daar woont oom Vincent namelijk nog in het ouderlijk huis. Het contact tussen de beide broers werd tientallen jaren daarvoor verbroken door een voor die tijd bijzonder ongelukkige familiegebeurtenis. De hoop is nu dat door een bezoek aan hem herinneringen weer tot leven komen.

Tegelijkertijd zint Bas Jan op een stunt teneinde aangenomen te worden op de Academie voor Beeldende Kunsten in de Hofstad. Hiertoe probeert hij zijn ooit bij toeval ontdekte talent om spectaculair te vallen te perfectioneren. Of dit hem lukt laat ik hier onvermeld, evenals de vraag of zijn vader succes heeft met zijn allerlaatste truc in dit leven.

Hoewel grote en actuele thema’s als biseksualiteit en voltooid leven niet geschuwd worden, blijft het verhaal lichtvoetig en wordt het nergens zwaar of moraliserend.

Coen Peppelenbos wil opvallen. Omdat hij zelf vindt dat zijn boek het waard is om gelezen te worden door een groter publiek. Hiertoe gaf hij zelfs 25 exemplaren weg ‘in ruil voor een recensie, goed of slecht’, omdat het tot op heden niet de verdiende aandacht heeft gekregen van de gevestigde recensenten. Ook in mijn optiek ten onrechte. Ik sluit me daarom graag aan bij Arthur Japins kwalificatie van dit nog vrijwel onbekende pareltje: 'Tragikomisch, invoelbaar en meeslepend. Lezen dus!'

Jan Kok

zaterdag 5 augustus 2017

Recensie van De valkunstenaar (2) door Hans Das

De valkunstenaar, over de kunst van vliegen en de kunst van schrijven

‘Ik wil gelezen worden,’ schreef Coen Peppelenbos toen zijn roman De valkunstenaar in de pers niet of nauwelijks werd opgemerkt, laat staan dat erover geschreven werd. Peppelenbos besloot de knuppel in het hoenderhok te gooien door vijftien exemplaren van het boek weg te geven in ruil voor een beoordeling. Wie zo’n actie initieert, moet voldoende vertrouwen hebben in de kwaliteit van de roman. Om in de stijl van het boek te blijven: opvallen kan in die zin immers ook een manier van vallen worden.

Als een van de vijftien gelukkigen, heb ik De valkunstenaar tijdens mijn vakantie met veel plezier gelezen. Die vakantie voerde overigens, net als die van Bas Jan, Sasja en hun vader, van Overijssel naar de Noordzeekust. In de situatie van het boek wordt deze reis ingegeven door Bas Jans auditie voor de Academie voor Beeldende kunsten in Den Haag en het streven naar herstel van de dementerende vader. De bijna zeventienjarige Bas Jan zorgt voor een tandem met aanhanger, zodat zijn licht seniel aandoende vader in zijn rolstoel vervoerd kan worden naar de stad van zijn jeugd. In de kar, waarop zijn vader afwezig glimlachend zijn pijp rookt, zit ook hond Leo. De fiets wordt voortgetrokken door Bas Jan en zijn zusje Sasja, die dankzij een paar blokken bij de pedalen kan. Zo trekt een klein Tovenaar van Oz-achtig gezelschap in de richting van Den Haag.

In 28 korte hoofdstukken zet Peppelenbos een mooi gestructureerd verhaal neer waarin de bijna zeventienjarige Bas Jan het niet gemakkelijk heeft. Zijn egoïstische moeder heeft het gezin al zo’n tien jaar eerder verlaten. En nu zijn oude vader dementeert en in een rolstoel zit, is hij de nieuwe pater familias die moet zorgen voor zijn vader (een gevallen goochelaar), zijn puberende zusje met haar fascinatie voor barbies met veel te grote ogen en hond Leo, die zo zijn angsten kent. En dan moet Bas Jan het zien te rooien om zowel succesvol te auditeren als om een queeste naar het verleden van zijn vader te volbrengen. Deze zoektocht gaat niet vanzelf. Zijn oom die nog in het ouderlijk huis van Bas Jans vader woont, staat aanvankelijk niet te springen om Bas Jan te helpen en ook zijn vader heeft het leven wel gezien. Het liefst zou hij zichzelf de vergetelheid in willen goochelen. Zie dan nog maar eens een verpletterende indruk achter te laten bij de auditie met een val die acrobatiek tot kunst verheft.

Omdat zijn vader wel door heeft dat hij hulp nodig heeft bij zijn ultieme verdwijntruc, wendt hij zich tot zijn zoon, waarmee de lezer wordt getrakteerd op een moreel en ethisch dilemma. Hoewel de thematiek in deze bildungsroman best zwaar is, blijft het boek door de stijl lichtvoetig. Peppelenbos heeft zijn roman doorspekt met mooie metaforen en interessante en soms grappige observaties van Bas Jan, die dikwijls opvallen door de onderwerploze zinnetjes. Vrijwel nergens zit de stijl het verhaal in de weg, hoewel ik nog nooit een scholier vrijwillig het woord ‘incourant’ heb horen bezigen, hoe hoogbegaafd hij ook was.

Diverse passages in het boek zijn om van te smullen, zoals de ontmoeting met een biseksueel stel en het moment waarop Bas Jan uit eigen beweging maandverband voor zijn zusje koopt. Afgezien van de soepele stijl zorgen dit soort heerlijk onhandige passages voor de nodige lucht. De valkunstenaar is daarmee een intrigerende roman geworden die het waard is om gelezen te worden.

Hans Das

maandag 31 juli 2017

Analyse van De valkunstenaar op Scholieren.com

Als je De valkunstenaar nog moet lezen dan raad ik je aan om door te scrollen naar het eind van het stuk van Cees van der Pol op Scholieren.com. Daar staat:

"De valkunstenaar" is een tot nu toe onbekend gebleven roman, maar dat is volkomen ten onrechte. Niet alleen het bizarre verhaal, maar ook de gekozen structuur en de prachtige stijl waarin Peppelenbos het verhaal presenteert, zijn een genot om te lezen. De lichtvoetige humor bezorgt je meermalen een glimlach op het gezicht. Wie zo'n leven in slechts 174 pagina's weet over te brengen, kan schrijven. Het is dan ook ten onrechte dat de grote dagbladen het boek tot nu toe niet hebben gerecenseerd. Het is nog niet te laat....Ze zullen hun fout nog moeten herstellen."
Daar word ik toch erg blij van.

vrijdag 28 juli 2017

Recensie De valkunstenaar (1)

Mijn oproep van afgelopen dinsdag heeft veel reacties losgemaakt. Ik heb 25 (in plaats van 15) mensen een exemplaar van De valkunstenaar laten sturen in ruil voor een recensie. Het fijnste vind ik dat het boek gelezen wordt. Dat het niet ongezien verdwijnt.

Op Facebook bleek uit de reacties dat er al wel twee lezersrecensies zijn verschenen, van 'De Blije Boekenwurm':
Ik vind De Valkunstenaar een erg mooi boek. Een jonge man is op weg om volwassen te worden. Onderweg struikelt hij af en toe. De naam Bas Jan verwijst naar De Valkunstenaar Bas Jan Ader. Ik vind het een aanrader.

Ook Ingeborg Nienhuis schreef al een recensie op haar blog.
Wie bang was dat er nooit meer een Joe Speedboot-eske avonturenroman aan de canon zou worden toegevoegd kan gerust zijn: die is er bij dezen. De Valkunstenaar beschrijft een queeste waarin het contrast wordt gezocht tussen geregisseerd en abusievelijk vallen; de bijsmaak van Gauloises en de textuur van een piercing; van vasthouden aan familieverantwoordelijkheden en het loslaten ten behoeve van een nieuwe start.

Ben benieuwd naar de andere reacties.