dinsdag 23 augustus 2011

Daniëlle Serdijn schrijft neprecensie voor Opzij

Opmerkelijk nieuws vandaag op de website van HP/De Tijd: voor het blad Opzij heeft Daniëlle Serdijn (ook criticus voor de Volkskrant) een recensie geschreven voor een boek dat nog niet eens klaar is. Drie sterren krijgt het nog niet bestaande boek Stille mensen van Esther Ending.

Serdijn-watchers hebben al eerder vraagtekens gezet bij de recensies van Serdijn. Zo kan ik me nog altijd woedend maken over de recensie die Serdijn in de Volkskrant schreef over het prachtige boek Juni van Gerbrand Bakker. Ik gebruik de recensie altijd op college om te laten zien dat je als lezer ook kritisch moet zijn als je kritieken leest. De piepkleine recensie bestond uit vier alinea's. De eerste ging op aan het eerdere werk van Bakker. De tweede alinea ging als volgt:
Leuke titel, Juni. Associërend ruik je het gras, de liguster, de rozen. En dan gaan we - het lijkt verdorie al vakantie - ook nog naar de eilanden. Texel om precies te zijn. Koningin Juliana wordt daar rondgereden. Ze zal een bezoekje brengen aan Slootdorp. In afwachting van de feestelijkheden rookt ze wat. En drinkt sherry.

Voor mensen die het boek kennen: het speelt helemaal niet op Texel. Het fictieve Slootdorp ligt in de kop van Noord-Holland. Alleen in het allerlaatste hoofdstuk gaat de koningin naar Texel. Pas op de allerlaatste bladzijde (blz. 272) van het boek stapt ze waarschijnlijk aan wal.

Een zin verderop in de recensie:
Wanneer jaren later een van de Kaans Texel weer bezoekt, herinnert hij zich hoe alles toen is gegaan.
Het is juist andersom. Een van de Kaans woont op Texel en bezoekt juist weer zijn geboortedorp. Het staat allemaal letterlijk in het boek. Zelfs de terugreis naar Den Helder wordt uitgebreid beschreven. Volgens mij gaf Serdijn het boek 1 ster en dankzij deze slechte recensie is zij medeverantwoordelijk voor de slechte verkoop van wat ik beschouw als een hoogtepunt in het werk van Gerbrand Bakker.

Op de Contrabas een weerwoord van de recensente:
Het lijkt alsof er heel wat aan de hand is, maar de gang van zaken bij Opzij is als volgt: ik schrijf een grote recensie, waar ik het boek uiteraard en in z’n geheel voor lees, en een aantal kleine drieregelige stukjes waarin ik interessante boeken die zullen verschijnen aankondig. In de boekhouding staan die stukjes bekend als signalementen, niet als recensies. (...) Het aantal sterren boven zo’n stukje geeft aan wat de urgentie van het boek is binnen het totale aanbod van dat moment.

Dit is het stuk in Opzij, iets langer dan een drieregelig stuk:

9 opmerkingen:

Bart zei

Ze gaf het inderdaad één (1) ster.

Gelkinghe zei

Tsjongejonge, een recensie op basis van een uitgeversblurb. :-)

Om het van de positieve kant te zien: toch aardig dat flapteksten niet voor niets worden geschreven.

Anoniem zei
Deze reactie is verwijderd door een blogbeheerder.
Anoniem zei
Deze reactie is verwijderd door een blogbeheerder.
coen zei

Heb anonieme reacties verwijderd.

Anoniem zei

Schokkend! En ter aanvulling: Slootdorp bestaat wel. http://nl.wikipedia.org/wiki/Slootdorp

coen zei

Liever niet anoniem reageren mensen. Deze aanvulling is wel nuttig.

Wim Sanders zei

Maar is het de schuld van Serdijn of van Opzij? Ik ken filmrecensenten die drie maanden van tevoren op basis van wat in The New Yorker heeft gestaan een stukje over een Amerikaanse film schrijven, eenvoudigweg omdat tijdschriften zo lang van tevoren hun kopij willen. Moeten de recensenten dan maar in staking gaan? Die arme freelancers?

coen zei

Dat is een vreemde reactie: omdat het elders ook slecht gedaan wordt, daarom moet dit ook maar kunnen? Arme lezers zou ik zeggen.