zaterdag 5 augustus 2017

Recensie van De valkunstenaar (2) door Hans Das

De valkunstenaar, over de kunst van vliegen en de kunst van schrijven

‘Ik wil gelezen worden,’ schreef Coen Peppelenbos toen zijn roman De valkunstenaar in de pers niet of nauwelijks werd opgemerkt, laat staan dat erover geschreven werd. Peppelenbos besloot de knuppel in het hoenderhok te gooien door vijftien exemplaren van het boek weg te geven in ruil voor een beoordeling. Wie zo’n actie initieert, moet voldoende vertrouwen hebben in de kwaliteit van de roman. Om in de stijl van het boek te blijven: opvallen kan in die zin immers ook een manier van vallen worden.

Als een van de vijftien gelukkigen, heb ik De valkunstenaar tijdens mijn vakantie met veel plezier gelezen. Die vakantie voerde overigens, net als die van Bas Jan, Sasja en hun vader, van Overijssel naar de Noordzeekust. In de situatie van het boek wordt deze reis ingegeven door Bas Jans auditie voor de Academie voor Beeldende kunsten in Den Haag en het streven naar herstel van de dementerende vader. De bijna zeventienjarige Bas Jan zorgt voor een tandem met aanhanger, zodat zijn licht seniel aandoende vader in zijn rolstoel vervoerd kan worden naar de stad van zijn jeugd. In de kar, waarop zijn vader afwezig glimlachend zijn pijp rookt, zit ook hond Leo. De fiets wordt voortgetrokken door Bas Jan en zijn zusje Sasja, die dankzij een paar blokken bij de pedalen kan. Zo trekt een klein Tovenaar van Oz-achtig gezelschap in de richting van Den Haag.

In 28 korte hoofdstukken zet Peppelenbos een mooi gestructureerd verhaal neer waarin de bijna zeventienjarige Bas Jan het niet gemakkelijk heeft. Zijn egoïstische moeder heeft het gezin al zo’n tien jaar eerder verlaten. En nu zijn oude vader dementeert en in een rolstoel zit, is hij de nieuwe pater familias die moet zorgen voor zijn vader (een gevallen goochelaar), zijn puberende zusje met haar fascinatie voor barbies met veel te grote ogen en hond Leo, die zo zijn angsten kent. En dan moet Bas Jan het zien te rooien om zowel succesvol te auditeren als om een queeste naar het verleden van zijn vader te volbrengen. Deze zoektocht gaat niet vanzelf. Zijn oom die nog in het ouderlijk huis van Bas Jans vader woont, staat aanvankelijk niet te springen om Bas Jan te helpen en ook zijn vader heeft het leven wel gezien. Het liefst zou hij zichzelf de vergetelheid in willen goochelen. Zie dan nog maar eens een verpletterende indruk achter te laten bij de auditie met een val die acrobatiek tot kunst verheft.

Omdat zijn vader wel door heeft dat hij hulp nodig heeft bij zijn ultieme verdwijntruc, wendt hij zich tot zijn zoon, waarmee de lezer wordt getrakteerd op een moreel en ethisch dilemma. Hoewel de thematiek in deze bildungsroman best zwaar is, blijft het boek door de stijl lichtvoetig. Peppelenbos heeft zijn roman doorspekt met mooie metaforen en interessante en soms grappige observaties van Bas Jan, die dikwijls opvallen door de onderwerploze zinnetjes. Vrijwel nergens zit de stijl het verhaal in de weg, hoewel ik nog nooit een scholier vrijwillig het woord ‘incourant’ heb horen bezigen, hoe hoogbegaafd hij ook was.

Diverse passages in het boek zijn om van te smullen, zoals de ontmoeting met een biseksueel stel en het moment waarop Bas Jan uit eigen beweging maandverband voor zijn zusje koopt. Afgezien van de soepele stijl zorgen dit soort heerlijk onhandige passages voor de nodige lucht. De valkunstenaar is daarmee een intrigerende roman geworden die het waard is om gelezen te worden.

Hans Das

Geen opmerkingen: